Toneelvereniging
't VOETLICHT -'t SPOTJE
MARKEN
Zuchten en kreunen bij De Storm - maar niet van verveling!
Waarom die dekselse Shakespeare na meer dan vierhonderd jaar nog altijd hele volksstammen weet te boeien - geen idee. Misschien omdat hij zijn personages zo levensecht wist te maken? In dat geval heeft hij zijn evenknie gevonden in Lowina Zondervan en haar troupe van ‘t Voetlicht. Ik zat bij hun versie van De storm bijna de hele tijd met mijn mond open. Bijna drie uur lang was er geen kuchje in de volgepakte zaal te horen. Daar kunnen professionele gezelschappen nog een puntje aan zuigen! Werkelijk niet te geloven dat dit het werk is van een amateurgroep uit een dorp van amper zeventienhonderd inwoners.
Waar zit hem dat in? Echt niet alleen in de menselijke manier waarop Shakespeare zijn personages op papier neerzette; zeker ook in het doorleefde acteren en de briljante regie. Ieder detail klopte – niet alleen in spel en regie, maar ook van het decor en de kostumering. Verrassend, origineel, divers en bont – maar nergens over the top.
Alle personages werden mensen. Ik zag niet Vivienne die met mijn dochter heeft schoolgegaan, ik zag echt Kalibaan. Hoe die het toneel afhompelde, tot de laatste stap mank. Hetzelfde gold voor raadsman Gonzalo, voor deze gelegenheid raadsvrouw Gonzala. Ik geloofde in haar, en het duurde wel een kwartier voordat ik mijn buurvrouw Jannetje herkende aan haar stem. De prins was een prins, menselijk, maar met een aangeboren zelfvertrouwen. De jonge dochter van de hertog overtuigde met haar aarzeling om zich al te enthousiast op haar zeer zoenbare prins te storten. De bootsman sloeg precies de juiste toon aan. De verbeten tegenstanders uit Napels en Milaan zouden in de wereld van nu kunnen leven. En iedere lof zou te karig zijn voor de jubilerende Adinda Dorland... Moet ik doorgaan? (Nou, doe maar effe niet.)
Echt onder de indruk was ik van Lowina’s vondst om die ene luchtgeest door twee mensen te laten spelen, die om elkaar heen wervelden, versnelden en vertraagden met het verhaal. Je zág op die manier de wind, voelde hem bijna. De storm verbeelden door een in de hand gehouden houten scheepje is het publiek nóg meer uitdagen om zijn verbeeldingskracht te gebruiken. En wat bleken we daar goed toe in staat! Dit verveelde geen moment, want we hadden het veel te druk met kijken, voelen, inleven.
Een komische noot houdt bij Shakespeare geregeld het publiek bij de les. De les in De storm: wraak nemen heeft geen zin. Maar de grappen van Elbert Stoker en Klaas Commandeur liepen over van wraakzucht. We kennen dat komisch duo van andere gelegenheden, maar als dronkelap en nar legden ze een welkome verbinding naar het hier (ons eigen eiland) en nu (de grillen van de machtigen waaraan wij ons te onderwerpen hebben).
En de muziek! Zo gevarieerd, zo volkomen in harmonie met de sfeer van elke scène, zo aanwezig en tegelijk opgaand in het grote geheel... Je kon je ogen dichtdoen en dan toch nog het verhaal voor je zien. Wat een kunstenaar, die Michiel Jansen - en zo’n genie woont dan gewoon honderd meter van mijn huis.
Ik zat naast Lowina’s man Jongejaap en die gaf geen sjoege op mijn kreunen van verrukking en kreetjes van bewondering - misschien dacht hij dat ik overdreef. Nou, echt niet! Opeens was het zes uur en, terwijl ik op stoelen van pluche steevast een houten kont krijg en snak naar het einde, was ik op de harde schoolstoelen in Het Trefpunt alleen maar teleurgesteld dat het nu al afgelopen was. Hulde!
LYDIA rood